Caritas Internationalis en Cidse, de internationale netwerken van Caritas International en Broederlijk Delen hebben de conferentie ter plaatse opgevolgd. Het akkoord in Kopenhagen is zwak en moreel gezien onaanvaardbaar. Het betekent niets minder dan een regelrechte ramp voor miljoenen armen in het Zuiden. Het bereikte akkoord is zwak en niet-bindend en laat aan de landen de individuele vrijheid om hun eigen doelstellingen te hanteren in functie van wat economisch en politiek haalbaar is. Hoewel de landen op het einde hun bereidheid uitdrukten om verder te werken, biedt dit akkoord ook geen duidelijke tijdslijn om in de komende maanden naar een rechtvaardig, ambitieus en juridisch bindend akkoord toe te kunnen werken. “Het akkoord van Kopenhagen is een schande. De mensen in de ontwikkelingslanden strijden dagelijks tegen de gevolgen van de klimaatsveranderingen. De tijd dringt. Met de versnelling van de klimaatsveranderingen, kunnen we besluiten dat de finale verklaring duizenden mensen aan hun lot overlaat, waaronder de armsten”, zegt Norry Schneider van Caritas Luxemburg. ‘Het is niet te geloven. Meer dan honderd wereldleiders vergaderen in één ruimte om een akkoord te bereiken dat een wereldprobleem moet oplossen. En ze zijn er zelfs niet in geslaagd om adequate en bindende verplichtingen op papier te zetten,’ zegt Bernd Nilles, Algemeen Secretaris van CIDSE, ‘Ze mogen dit een historisch akkoord noemen, een verklaring of wat dan ook. De realiteit is echter dat de wereldleiders er niet in geslaagd zijn om concrete en efficiënte oplossingen te geven. Ze hebben een historische kans laten voorbijgaan om een duidelijke en gemeenschappelijke weg naar een duurzame toekomst uit te tekenen,’ aldus nog Nilles. “De indrukwekkende mobilisatie van wereldburgers toont dat het publiek een ambitieus klimaatakkoord verwachtte en er nog steeds op wacht” zegt Erny Gillen, voorzitter van Caritas Europa. “De beslissingsmakers moeten zo snel mogelijk een tijdslimiet vaststellen om hun onderhandelingen ten einde te brengen.” De twee organisaties pleiten ervoor dat het nieuwe akkoord de ontwikkelde landen moet verplichten om tegen 2020 hun broeikasgassen met 40% te verminderen tegenover het niveau van 1990. De rijke geïndustrialiseerde landen moeten arme landen steunen met geld en groene technologie (130 miljard €/jaar) zodat ze zich kunnen aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering. Deze financiering moet los staan van reeds toegezegde ontwikkelingsbudgetten.
|