Israel

De ongeneeslijke ziekte genaamd Hoop


"Wij lijden aan een ongeneeslijke ziekte genaamd Hoop ... Hoop dat onze dichters de schoonheid van de kleur rood in rozen zien, in plaats van in bloed. Hoop dat dit land zijn oorspronkelijke naam zal herwinnen: Land van Liefde en Vrede. " - Mahmoud Darwish, Palestijns dichter
.

 20 maart 2009 - Terwijl ik me voorbereid op mijn persoonlijke bedevaart naar het Heilige Land, probeer ik mijn geest leeg te maken en alle "informatie" die ik via de media over Israël, Palestina en het Midden-Oosten ken, opzij te zetten. Ik wil het land bekijken met een open blik; open voor alle indrukken, zonder vooroordelen. Ik wil naar de mensen kijken die daar wonen, om zo een glimps van de 'werkelijkheid' te kunnen zien.

Diezelfde dag treffen bij Caritas International in Brussel de heren Dominic Verhoeven en Bernard Ryelandt - twee van onze bestuurders - hun voorbereidingen voor hun missie naar Israël. Samen met Jan Weuts overlopen ze het voor dit doel opgestelde document. De hoofdmoot vormt een beoordeling van onze projecten in Palestina. Maar volgens de heer Ryelandt is "het doel van de missie in de eerste plaats om humanitaire organisaties in Israël en de bezette gebieden te vinden die gericht zijn op het bevorderen van een beter begrip en zelfs praktische samenwerking tussen de verschillende gemeenschappen."

Tel Aviv ...

Op de Ben Gurion luchthaven verlopen de controles zonder al te veel problemen. Of zorgt mijn neutrale houding misschien voor een vertekenend beeld? Ik ben alleszins vastbesloten mezelf niet te verliezen in langdurige discussies. Ik kies voor een rol als 'waarnemer' - ik wil luisteren en kijken, om zo mogelijks toegang te krijgen tot een aantal waarheden. Want dé waarheid bestaat niet in deze wereld.

Voor onze twee bestuurders, is de aankomst niet anders. In zijn verslag schrijft Dhr. Verhoeven: "Wij hebben geen grote problemen gehad, dit in tegenstelling tot onze ervaringen in het verleden. De bewoners van de bezette gebieden of de Palestijnen van Jeruzalem worden anders behandeld. Vaak worden ze vernederd en onderworpen aan willekeurige behandelingen."

Nazareth ...

 In Nazareth vind ik mijn jonge Israëlische vriendin Libi en haar ouders terug. Gedurende drie dagen zullen ze me het dagelijkse leven leren kennen van een diep religieuze joodse familie. Ik heb het geluk op vrijdag toe te komen: die avond start het begin van de Shabbat. Voor het eten leest de vader van Libi het gebed van heiliging van deze geliefde rustdag voor. Op de Kiddush beker. Dat is een beker kosjere wijn, die hij na het gebed aan alle tafelgenoten doorgeeft. Het wordt een stevige en feestelijke maaltijd... een genot voor de mond en de ogen.

De volgende dag ontdek ik de stad vanaf hun terras: "Daar is de buurt van de christenen, daar ligt de islamitische wijk, ... " vertrouwt Libi me toe. Ze fronst de wenkbrauwen wanneer ze m'n vragend gezicht ziet, en voegt eraan toe: "Hier mengen we ons niet onder elkaar." Een beetje later vertelt haar moeder me dat ze Israël nog nooit verliet, zelfs niet voor een vakantie. "Er is te veel anti-semitisme in vreemde landen." Haar grootouders woonden in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog ...

Ondertussen vergadert dhr. Ryelandt met twee collega's van priester Emile Shoufani, een katholiek priester uit Nazareth die zich inzet voor verzoening. Marcelle Sheiman en Ruth Bar Shalev verduidelijken hun missie: "Wij vormen groepen in Israël, zodat mensen leren zich te verzoenen en samen te leven. We willen uitstijgen boven de verstikkende onwetendheid van de andere. Het algemene idee achter het project is dat alle gemeenschappen hun angsten leren herkennen, begrijpen en beheersen. (...) De initiatieven van priester Shoufani om samen te werken brengen arabische en joodse studenten samen, ondanks de absolute scheiding van hun scholen. We bestaan al uit duizenden studenten en volwassenen, waaronder ook religieuzen."

Jeruzalem, ...

 Wanneer ik in Jeruzalem aankom, herinner ik me dat de Hebreeuwse naam van de stad - Yerushalaim - een meervoudsvorm is, net als z'n lot. Libi vergezelt me door de stad, maar maakt me snel duidelijk dat ze me niet zal vergezellen naar de islamitische wijk van de oude stad, noch naar Bethlehem. Sterker nog, het zou voor haar - als joodse - ernstige problemen kunnen veroorzaken. Ik voel dat Libi sterk verontrust is na deze uitspraak. Ze lijkt in de greep van een besmettelijke angst, die ik ook zie bij andere mensen die ik tegenkom, of het nu Armeniërs, Palestijnen of christenen zijn. Het is een agressief makende angst, en verblind het hart. Elke gemeenschap leeft hier op zichzelf, in quasi-isolement, en weigert de ander te ontmoeten. Toch kennen ze één voor één in hun geschiedenis een periode van vervolgingen en ontberingen.

Dus ga ik maar alleen naar het Yad Vashem Holocaust museum. De eerste kamer toont de vervolging van Joden door de eeuwen heen. Met als ultieme gruwel het nazi-regime. De foto's van vriendschappelijke ontmoetingen tussen Hitler en hoogwaardigheidsbekleders van de katholieke kerk worden als bewijsstukken van een complot naar voren geschoven. Ik kan me niet ontdoen van het tendentieuze karakter van het museum. Alsof alle christenen medewerkers waren van het regime! Niets in de hele expositie verwijst naar de priesters en christenen die stierven in de kampen, omdat ze Joodse gezinnen hielpen. Ook is er geen enkele verwijzing naar de vele andere groepen mensen die in de kampen werden uitgeroeid.

 Libi vergezelt me weer tijdens het verdere bezoek aan Jeruzalem. We beginnen met de Armeniërs en de Joodse wijk. We begeven ons naar de voet van de Klaagmuur ... en moeten ons er afzonderen in een speciaal voor vrouwen gereserveerde plek. Aan de andere kant van de muur zie ik de Rotskoepel - het is maar enkele meters van me vandaan.

Libi keert terug naar het hotel, terwijl ik me opmaak voor een bezoek aan de islamitische wijk. Maar er is geen enkele mogelijkheid om die te bereiken via de joodse wijk. Ik ben verplicht om op m'n stappen terug te keren, en via de Armeense en de christelijke wijken om te lopen. Wanneer ik eindelijk aankom, versperren Israëlische soldaten me de weg, en vertellen me dat de deuren gesloten zijn. Morgenvroeg om 7 uur kan je er weer in. Spontaan denk ik aan Dr. Schnalgman, een overlevende van de Holocaust: "Ik hoorde praten over de afgesloten gebieden, en ik herinner me de ghetto's ..."

 Vanwege tijdgebrek zal ik noch de islamitische wijk, noch Bethlehem kunnen bezoeken. Ik verlaat de heilige stad terwijl ik nadenk over de toekomst van de regio. Hoe kunnen deze gemeenschappen ooit samenleven zonder elkaar te ontmoeten? We moeten elkaar leren kennen voor we ons kunnen verzoenen. Ik weet dat sommigen, vooral intellectuelen, dit al deden. Hoewel het slechts een kleine minderheid is, vertegenwoordigen ze hoop - hoop dat op een dag alle gemeenschappen in de regio in harmonie kunnen samenleven. De hoop dat op een dag het Heilige Land zijn oorspronkelijke naam herwint.

 In de lokalen van Caritas in oost-jeruzalem neemt Dominic Verhoeven deel aan de "debriefing" van de humanitaire operaties in Gaza. "Het feit dat Caritas Jeruzalem over een team van zeer gemotiveerde en capabele vrijwilligers beschikt, zorgt ervoor dat wij efficiënt kunnen werken. Het lokale personeel beslist in comités hoe ze de steun zullen verdelen. Dankzij de financiële hulp van het Caritas netwerk konden ze tijdens de Gaza crisis voldoende noodhulp verdelen onder de bevolking. Met de overschotten willen ze zich een tweede (tweedehands) ambulance aanschaffen." De rest van het verblijf zal worden besteed aan financiële verslagen, het werk van vrijwilligers en het bestuderen van lokale sociale problemen, zoals drugsgebruik. Dhr. Verhoeven vertrouwt ons zijn algemene indruk toe: "Het valt de bezoeker op hoe Caritas Jeruzalem open staat voor iedereen, zowel christenen, moslims als joden. De meeste vrijwilligersgroepjes zijn quasi-multicultureel, om het zo te zeggen. Er is niet het geringste spoor van fundamentalisme, niet aan de ene, noch aan de andere kant. De contacten tussen Palestijnse christenen en Palestijnse moslims verlopen in het algemeen soepel, hoewel het aantal christenen gestaag daalt als gevolg van betere emigratie-kansen."

In het dorpje Abu Gosh, vlakbij Jeruzalem, luistert dhr. Ryelandt naar het Abraham Fonds, "een vrij grote groep joden, moslims en christenen die samen aan crisisbeheersing doen. (...) Sinds het begin van de jaren '90 ondersteunt deze organisatie een groot aantal kleinschalige initiatieven ter promotie van het contact tussen de bevolkingsgroepen. Vandaag organiseren ze ook regelmatig vergaderingen tussen studenten van de verschillende gemeenschappen en voeren ze druk uit op de regering om in te grijpen tegen de segregatie en de cultuur van onwetendheid, haat en wantrouwen."

Even later vergadert dhr. Ryelandt verder in Jeruzalem met vertegenwoordigers van de organisatie 'Rabbis for Peace' - rabbijnen voor de mensenrechten. "Ze geven een zeer positieve indruk en kijken moedig naar de toekomst. (...) Ze willen werken in dialoog met christenen en moslims. Ze verdedigen de beginselen van gelijkheid en rechtvaardigheid, en dan vooral in naam van palestijnen en bedouïnen in Israël en Palestina. Hun programma's reiken van Israël tot de bezette gebieden. Ze grijpen actief in om de rechten van Palestijnen te beschermen, door bijvoorbeeld een menselijk schild te vormen om zo uitzettingen door het leger en de joodse kolonisten te verhinderen. Ze gaan voor bulldozers liggen die huizen komen slopen of herbouwen gebombardeerde huizen en verwoeste olijfgaarden. Ze oefenen druk uit op de regering, het leger en de politie om misbruiken te beperken."

Deze organisaties zijn niet alleen in hun doel om de dialoog tussen de gemeenschappen te verbeteren. En Caritas wil hen helpen.

De weg ligt nog steeds bezaait met valkuilen en is ongetwijfeld heel lang. Toch ben ik er diep van overtuigd dat de dag komt waarop alle inwoners van het Heilige Land die mooie rode kleur enkel nog zien in de rozentuinen van joden, christenen en moslims, en niet meer in plassen bloed. Waar iedereen zijn godsdienst op zijn eigen manier kan beleven. We zijn tenslotte allemaal kinderen van dezelfde Vader.

Redactie: Anne-Marie Angenon

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008