Sri Lanka

Erger dan de tsunami: burgeroorlog ondermijnt heropbouw

Door LIEVEN SIOEN
Met dank aan De Standaard

» deel 2 | » deel 3

Twee jaar na de tsunami is het toeristische zuiden van Sri Lanka grotendeels heropgebouwd. Maar de bommen in het noorden houden de toeristen weg.


Het is tweede kerst 2004. In de Saint Mary Church van Matara, in het zuiden van Sri Lanka, volgt Bertram Ashly Pereira de ochtendviering. Het kerkje, ooit gesticht door een Belgische missionaris, ligt idyllisch aan het strand. Als achtergrond voor de kerstliederen hoort Ashly het bruisen van de golven.

Het is een kleine parochie. De hele dekenij telt amper 8.000 gelovigen. Sri Lanka is een overwegend boeddhistisch land, met hindoe, moslim en christelijke minderheden. Achter de kerk staat een grote school en in Matara is een afdeling van Caritas gevestigd, de internationaal vertakte ontwikkelingsorganisatie van de kerk.

Het kerkje zit vol op tweede kerst. Ashly staat achteraan, naast de hoofdingang, met zijn rug tegen de muur. Hij is visser, maar denkt eraan zijn twee grote boten over te laten aan zijn zonen.

Plots ziet Ashly Pereira vanuit de kerk hoe het koraalrif voor de kust bloot komt te liggen. ,,Ik had niet meteen door wat er aan de hand was'', vertelt hij twee jaar later in dezelfde Saint Mary Church. ,,Tot het zeewater met een enorme kracht de kerk binnen stroomde, door de middengang naar het altaar, en dan langs de zijbeuken terugsloeg. Ik kon gelukkig zwemmen. Ik ben door de zijdeur naar buiten gedoken en op het dak van de school gekropen. We hebben nog verschillende mensen uit het water gehaald. Toen kwam de tweede golf. De vrouw en de drie kinderen die op het altaar waren gekropen, hebben we niet meer kunnen redden.'' Achteraf bleken er vijftien mensen in het kerkje te zijn verdronken. De tsunami zaaide dood en vernieling langs de kust van Sri Lanka. 120.000 huizen werden door de vloedgolf vernield. 30.000 boten gingen verloren en 38.000 mensen lieten het leven. ,,Niemand wist wat te doen of waar te beginnen'', zo herinnert Damian Arsakularatne zich de eerste ogenblikken na de ramp. De priester staat aan het hoofd van de Caritas -afdeling van de havenstad Galle. Tot de tsunami deden de tien plaatselijke medewerkers er vooral aan vorming en ontwikkelingshulp. Met noodhulp hadden ze geen ervaring. ,,Gelukkig kregen we heel snel hulp uit andere delen van het land en uit het buitenland.''

De ongeziene omvang van de ramp bracht een ongeziene stroom van hulp op gang. Regeringen, VN, Rode Kruis, de grote internationale ngo's, maar ook duizenden kleine organisaties en particulieren kwamen hulp bieden. Het hoofdkantoor van Caritas stuurde meteen een gespecialiseerd Emergency Response Team. ,,We konden meteen beginnen met het uitdelen van voedselpakketten, kookgerei en schoolgerief'', vertelt Damian Arsakularatne. ,,We hebben opvangcentra ingericht, noodwoningen en tijdelijke scholen gebouwd, medische centra opgezet en psychologische begeleiding gegeven.''

Na de ramp is de kleine Caritas -afdeling van Galle uitgegroeid tot een goed geoliede organisatie met 180 personeelsleden. Want na de noodhulp moest de kuststrook ook heropgebouwd worden. De regering zette een programma op waarbij eigenaars van beschadigde huizen 1.000 dollar donorgeld kregen, voor verwoeste huizen werd 2.500 dollar uitbetaald. Dat is, ook naar Srilankaanse normen, verre van voldoende om een deftige woning te bouwen. Veel ngo's en organisaties sprongen de slachtoffers financieel en technisch bij. Of ze bouwden zelf nederzettingen in veilig gebied.

Caritas bouwde in het hele land tot nu 2.547 huizen en heeft er nog 2.862 in opbouw. Niet ver van Galle bezoeken we in Kalupe zo'n nieuwe verkaveling, met 42 huizen. Het zijn eenvoudige, maar stevige en ruime woningen, keurig in het gelid en geschilderd in vrolijke kleuren. Er is een voetbalveldje en een speeltuin.

Een van de begunstigden is de 63-jarige Richard Mendes. De man in paarse sarong neemt wat onwennig de sleutels in ontvangst. Zijn vorige huis aan de kust is met al zijn bezittingen door de golven weggespoeld. De voorbije twee jaar woonde hij in een vluchtelingenkamp. Hij zal het nieuwe huis delen met zijn dochter, schoonzoon en kleinkind. Hij is dankbaar, zegt hij. Maar er komen tranen in zijn ogen als hij aan de tsunami terugdenkt. Zijn vrouw, zijn schoondochter en twee kleinkinderen zijn in de ramp verdronken.

Caritas hoopt zijn huisvestingsprogramma in het zuiden tegen maart 2007 af te hebben. Dat is later dan verwacht, de VN berekenden dat van de 115.000 vernielde of beschadigde huizen slechts de helft is heropgebouwd. Een van de belangrijkste redenen is de opgelegde bufferzone, waardoor het verboden was op minder dan honderd meter van het strand te bouwen. Begin dit jaar herleidde de regering die veiligheidszone tot 35 meter. De maatregel bracht de heropbouw in een hogere versnelling.

De heropbouw stuitte op nog wel meer obstakels. De lijsten met slachtoffers waren niet altijd even accuraat. ,,Er zijn er die veel verloren hebben door de tsunami'', zegt Ashly Pereira van de Saint Mary parochie in Matara, die nu voor Caritas werkt. ,,Maar er zijn er ook die van de ramp beter zijn geworden.'' Zeker in het begin, toen er nog weinig coördinatie was tussen de hulpverleners, kon wie wat mondig en handig was, verschillende keren langs de kassa passeren. ,,Sommige vissers wachten nog altijd op een nieuwe boot of motor'', aldus Ashly Pereira, ,,andere hebben er twee of drie bemachtigd.'' Ashly Pereira wijst nog op een andere bron van wrevel. ,,Wie zijn huis verloor, kreeg een mooie, nieuwe woning. Wie een meter achter de vloedlijn woonde, leeft nog altijd in dezelfde armoedige hut.''

En dan zijn er de slachtoffers die volledig uit de boot vielen. ,,Huurders, bijvoorbeeld, die hun hele hebben en houden verloren, terwijl hun huiseigenaar compensatie kreeg. Of meerdere gezinnen van dezelfde familie die samen een grote woning deelden, wat in Sri Lanka heel gebruikelijk is.'' Door het principe van 'een huis voor een huis' kreeg de eigenaar een veel kleiner huis in de plaats. ,,Voor de rest van de familie is geen plaats meer.''

» deel 2 | » deel 3


 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008