Pakistan

Een duik in het "Land der Reinen”

21/04/2011 - Op 8 april verwelkomden we ter gelegenheid van een “middagontmoeting van Caritas”  een delegatie van onze broeders van Caritas Pakistan, geleid door Joseph Coutts, bisschop van Faisalabad. Een gelegenheid om in het gezelschap van secretaris-generaal van de organisatie, Anila Gill, dieper in te gaan op de realiteit van Pakistan, een land waar in het algemeen weinig over gekend is en waar momenteel met man en macht wordt gewerkt aan haar wederopbouw na de verwoestende overstromingen van vorige zomer.

De "middagontmoetingen" van Caritas International zijn een vast treffen waar informatie en ervaringen worden uitgewisseld rond haar werkdomeinen, nl. internationale samenwerking en asiel en migratie. Het was in Pakistan waar Caritas International op 8 april deze bijeenkomst liet doorgaan, negen maanden na een van de grootste natuurrampen in de moderne geschiedenis. En niet alleen om terug te komen op de noodhulp die er sinds afgelopen zomer werd ingezet, maar vooral om de diverse soorten crises te bespreken die het land het hoofd moet bieden, naast de vele mythen die het creëert.

"De lezing over de huidige situatie in Pakistan begint aan de hand van een landkaart. Zo start Jan Weuts, noodhulpcoördinator van Caritas International, het debat. Pakistan grenst in het oosten aan Indië, aartsvijanden sinds de pijnlijke opsplitsing in 1947. In het noorden grenst het aan China en in het westen aan Iran en Afghanistan. Evenveel staten in het middelpunt van de internationale belangstelling wiens lot nauw samenhangt met dat van het “Land der Reinen”, met haar geografische ligging een kruispunt tussen Centraal-Azië, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten.

Een ander niet te ontkennen feit is de etnische verscheidenheid in het land.
De opsplitsing in verschillende autonome provincies en de talrijke interne conflicten weerspiegelen dit. Een andere realiteit die de overstromingen van de Indus in 2010 aan het licht heeft gebracht, zijn de regionale verschillen binnen het land en de hachelijke socio-economische situatie in een groot deel van Pakistan. “ Vooral in de zuidelijke provincie Sindh is  de ondervoedingsgraad vergelijkbaar met die in Afrika”, vervolgt Jan Weuts. “De hoge ondervoedingspercentages overstijgen de 20% en liggen daarmee hoger dan die in de meeste Afrikaanse landen. Extreme armoede is hiervan de oorzaak.”


Anti-godslasteringwet: ontstaan en gevolgen

Joseph Coutts, de bisschop van Faisalabad en nationaal directeur van Caritas Pakistan, begon vervolgens zijn toespraak. Hij sneed een zeer actueel onderwerp aan naar aanleiding van de recente moorden op de gouverneur van Punjab en Shahbaz Bhatti, minister van religieuze minderheden: de anti-godslasteringwet. “Deze wet ontstond in 1926 onder het protectoraat”, verduidelijkt Jospeh Coutts. “De Britten hadden het hele subcontinent bezet waar tientallen verschillende religies samenleefden: het hindoeïsme, het jodendom, het sikhisme, de islam,  het Christendom, het boeddhisme, etc. Met de wet 295 van kracht mocht niemand meer kritiek geven op andermans religie of afbreuk te doen aan dogma’s, profeten, religieuze plaatsen en symbolen van andere godsdiensten.

95% van de Pakistaanse bevolking hangt de islam aan, vooral soennieten maar ook sjieten en ahmadiyya. De resterende 5% zijn voornamelijk christenen en hindoes. Tijdens de dictatuur van Zia zorgde de druk van extremistische groeperingen ervoor dat de wet op een aantal punten gewijzigd werd. Pakistaanse minderheden en een groot aantal moslims toonden sindsdien hun afkeer voor deze wet. “Het amendement 295 b, vervolgt de bisschop, betekent een levenslange gevangenisstraf voor eenieder die de Koran verontheiligt. Amendement 295 c voorziet de doodstraf voor eenieder die de profeet Mohammed godlastert met een gebaar of een woord, of het nu bewust of per ongeluk is. Dit maakte van de anti-godslasteringwet een gevaarlijke norm. Voor iedereen, zowel voor moslims als christenen, omdat we allen samen leven in Pakistan. Er zitten veel moslims in onze scholen, ze werken in onze ziekenhuizen. Het probleem van deze wet is dat ze eenvoudig gemanipuleerd kan worden tegen om het even wie! (…) En in dergelijke gevallen gebeurt het vaker dat het volk rechtvaardigheid doet geschieden.”

Onlangs nog haalde de terdoodveroordeling van Asia Bibi, een christen, de krantenkoppen. Men schat dat sinds de inwerkingtreding van de aangepaste wet er 500 soennitische en sjiitische moslims, 340 ahmadiyya, 119 christenen, 14 hindoes en 10 leden van andere religieuze gemeenschappen zijn terecht gesteld. Joseph Coutts schrijft de radicalisering van de islam in sommige landen en de opkomst van een militante beweging toe aan de fanatieke weerstand van de gewapende strijders tegen buitenlandse belangen, zoals tijdens de sovjetoorlog in Afghanistan. Een tendens die werd voortgezet door de recente interventie van westerse mogendheden (vooral christenen) in dat land en aan de Pakistaanse grens. En hoewel de Pakistaanse christenen soms de prijs moeten betalen van deze woede gevoed vanuit het buitenland, dringt bisschop Coutts aan op de vrijheid van zijn gemeenschap en verwerpt hij een gemeenschapsbeleid van geheimhouding en stilte. “We zijn geen verholen minderheid. Ik ben trots dat ik mag zeggen dat Pakistaanse christenen een bijdrage leveren aan de ontwikking van het land. Zo heb je onze scholen en hospitalen maar ook het werk van Caritas (link) bij de heropbouw van het land na de aardbeving in 2005 en de vreselijke overstromingen. En ten voordele van álle Pakistanen. En dit zijn er een pak meer dan de twee procent christenen die deel uitmaken van de Pakistaanse samenleving ! De grootste uitdaging »,  zei de bisschop, « blijft voor de meeste Pakistaanse christenen nog steeds uit dat socio-economisch slop geraken waarin ze verkeren bij gebrek aan onderwijs, door  analfabetisme, discriminatie en bij gebrek aan sociale rechten.


Vrouw zijn in Pakistan

Het geslacht is een andere reden tot discriminatie in Pakistan. Om op deze kwestie dieper in te gaan kon Caritas International rekenen op de jonge en elegante secretaris-generaal Anila Gill. Het parcours van Anila –de eerste vrouw die ooit secretaris-generaal werd van een Aziatische Caritas– illustreert perfect de verscheidenheid van de situatie van vrouwen in haar land. Een land waar, net als Benazit Bhutto, een vrouw eerste minister kan worden, terwijl in sommige landelijke gebieden, vooral in het noordwesten en Baluchistan, de “purdah” of de strikte scheiding der seksen nog geldt.

“In ons land is er een grote verscheidenheid aan statussen”,
zegt Anil Gill, “op basis van klasse, regio, landelijke of stedelijke afkomst, socio-economische verschillen en tribale, feodale of kapitalistische normen. Vandaag de dag hebben mijn vrouwelijke landgenoten een aanzienlijk betere status dan veel islamitische vrouwen in het Midden-Oosten en de rest van de wereld. Maar gemiddeld blijft de situatie van de vrouw ongelijk aan die van de man ondanks pogingen van de regering en pressiegroepen om hier verandering in te brengen.”
De belangrijkste breuklijn bevindt zich in het plattelandsleven. Terwijl de meeste stedelijke vrouwen toegang hebben tot hoger onderwijs, worden vele vrouwen op het platteland secundair onderwijs ontzegd. “De alfabetiseringsgraad bij vrouwen illustreert dit”, vervolgt Anila. “Bij vrouwen is die amper 42%, bij mannen daarentegen bijna 70%.”  In deze landelijke gebieden blijven socio-economische discriminatie en traditionele gebruiken, vooral met betrekking tot gedwongen huwelijken legio.

Ten slotte laat de gezondheidszorg ook te wensen over. De meeste Pakistanen hebben dan al geen toegang tot basiszorg bij gebrek aan geschikte medische faciliteiten, het zijn vrouwen die hier in eerste instantie het slachtoffer van zijn. Indicatoren hieromtrent behoren tot de ergste in de wereld. Bovendien is Pakistan een van de weinige landen waar de levensverwachting van vrouwen lager is dan die van mannen!
Naast de ernst van de situatie is het vooral het geloof in een betere toekomst voor de Pakistaanse vrouwen dat Anila Gill drijft om haar verhaal te brengen in steden, universiteiten, het leger en op internationale sportmeetings. Na afloop van de vergadering volgde er een hartverwarmend applaus voor onze Pakistaanse collega’s. Pakistan, een fascinerend land waar we voortaan steevast een licht op zullen werpen.

Lees meer over onze noodhulpprogramma's in Pakistan

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008