De overstromingen in Pakistan brengen een nauwelijks te stuiten leegloop van het platteland op gang

09/09/10 - De nooit eerder geziene stijging van het waterpeil van de Indus-rivier veroorzaakt in Pakistan een massale toestroom van de plattelandsbevolking naar de steden.

 In Thatta, waar een christelijke minderheid leeft, heeft Caritas een honderdtal zware voedselpakketten uitgedeeld aan de slachtoffers van de watersnood. Zo'n overlevingspakket bevat 20 kg bloem, 5 kg rijst, 3 kg suiker, 3 kg zetmeel, 3 liter olie, 1 kg zout, 1 kg melkpoeder, poeder van chilipeper, stukken zeep om de was te doen, producten voor persoonlijke hygiënische en 2 muskietennetten. Onder leiding van Max Rodrigues, bisschop van Hyderabad, worden de begunstigden naar een kleine binnenkoer gebracht, die slechts plaats biedt aan een tiental mensen. Zo kan het gedrang in bedwang worden gehouden. Alles is eigenlijk goed verlopen. Qarser, een jonge weduwe en moeder van 2 jongens, vertelt hoe ze, dankzij een evangelische predikant net op tijd haar huis kon verlaten, een uur voor alles onder water liep. In een telefoontje was de dominee gevraagd om met een bus rond te rijden en slachtoffers op te pikken. De vrouw werkte in een cementfabriek die ook helemaal overstroomde. Ze zit nu zonder werk. Met de hulp van een buurman nam ze het overlevingspakket mee naar een vluchtelingenkamp in Makli, waar ze sinds een week verblijft met haar 2 kinderen en haar ouders.

Bereid tot het uiterste om te overleven

Makli is een kleine stad in de heuvels, op een tiental kilometer verwijderd van Thatta. De prachtige necropool is er in normale omstandigheden een toeristische trekpleister. Sinds enkele dagen is Makli overspoeld door duizenden uitgehongerde en haveloze mensen, die zich hebben geïnstalleerd op de begraafplaats en langs de straten. Ze zijn boos en helemaal uitgeput. Ze schreeuwen naar voorbijrijdende auto's, die geen halt houden om hulpgoederen te geven. De voertuigen die wél stoppen worden meteen overvallen. Flessen met drinkwater worden één voor een, van boven op een vrachtwagen, naar beneden gegooid. Sommige komen op de stoep terecht en spatten open. Voor de flessen die wél in de handen komen van de omstaanders wordt hardnekkig gevochten. Wat verderop proberen 2 kinderen van amper 4 jaar elk een tas te vullen met meel, dat op de weg ligt uitgestrooid. Sommige stadsbewoners komen hulp bieden. Vanuit hun auto werpen ze zakken, gevuld met kleren, in de richting van de berm van de weg en, scheuren meteen weg van zodra een horde van mannen, vrouwen en kinderen komt aanstormen, die bereid is om tot het uiterste te gaan om toch maar te overleven.

Onderweg naar Karachi

Hoeveel mensen zitten er nog vast op de bovenverdieping of het dak van hun huis? Volgens een hulpverlener zijn het er honderden in een tiental dorpen, langs de ondergelopen weg naar Sujawal, waar tienduizenden inwoners het slachtoffer zijn van de waterellende. Rubberboten varen beurtelings 7 à 8 mensen tot bij de legertrucks, die hen opwachten bovenop een heuvel om ze vervolgens over te brengen naar Makli of Thatta. Daar worden ze gehergroepeerd en aangemaand om naar Karachi te gaan, waar ze zullen worden opgevangen in kampen. Alléén al deze ochtend zijn 300 mensen geëvacueerd. Gisteren brachten de militaire vrachtwagens niet minder dan 1500 slachtoffers naar veiliger oorden.

Schuilen onder struiken

In Karachi, waar de voobije jaren steeds meer sloppenwijken ontstaan, is de toestand stilaan onhoudbaar geworden. De toegangswegen zijn overspoeld door de nieuwe daklozen. Over een lengte van tientallen kilometers hokken talloze gezinnen samen onder struiken, onder een geïmproviseerde tent of onder een bed om zich overdag te beschutten tegen de brandende zon. Ze hebben hun schaarse rijkdom meegebracht: een huisdier, een buffel, een ezel, een geit... Verder hebben ze niets, geen eten en geen drinken. Vandaag zijn het er honderden, morgen kunnen het er al duizenden zijn.

30 zwangere vrouwen

In Karachi heeft de Pakistaanse overheid 48 kampen opgezet voor de opvang van vluchtelingen, o.m. in een aantal scholen, die in de vakantieperiode toch gesloten zijn. In het College Kunkar van de voorstad Gadab Town verblijven al een week tientallen families in de klaslokalen. In de tuin grazen een tiental buffels en enkele geiten. Moeders geven hun kinderen een douche onder de pomp van een tankwagen. Binnen in het grote schoolgebouw, op de begane grond, liggen ouderlingen op oude matrassen. Op de bovenverdieping zitten of liggen gezinnen op tapijten op de grond. Ze zijn helemaal uitgeput en eten slechts wat is toegestaan in de ramadan-vastentijd. Zwermen vliegen vermengen zich met de verstikkende lucht, waarin kindjes nauwelijks naar adem kunnen happen.

Nochtans zijn er 7 artsen, ter beschikking gesteld door de overheid, dag en nacht in de weer. De dienstdoende dokter zegt dat er geen ernstige gevallen zijn. Er zijn voldoende geneesmiddelen om iedereen te behandelen: enkelen gekweld door koorts, jeuk en een 30-tal zwangere vrouwen.

De problemen komen veeleer van de etenswaren, die elke dag wordt geserveerd door leden van de administratie. Het is al gaar gekookt, maar niet meer vers. "Door de hitte is de melk zuur geworden, het vlees en de sausen bedorven, het brood hard", klagen veel vrouwen. Ze zouden liever hebben dat men hen de grondstoffen geeft om zélf te koken.

Hoop op een betere toekomst

Dezelfde klachten horen we in de naburige openbare school, die een voorlopig onderkomen biedt aan 200 vluchtelingen, en ook in de grote technische school in het centrum van Karachi, die 15.000 ontheemden herbergt. De administratie, het leger, politie, koks en geneesheren werken eensgezind om te voorkomen dat deze mensen helemaal blut zijn. De kampen in beide scholen zijn er niet het ergst aan toe, ondanks de spijsverteringsproblemen veroorzaakt door het opgediende eten. In het College Shamshir, bij de zee, zitten 117 gezinnen opeengepakt in een betonnen loods met aarden vloer, tussen de balen met kleren. Twee vrouwen liggen uitgestrekt, de ene op de grond, omringd door verscheidene ongeruste vrouwen, de andere op een bed in een hoek, met een bungelende arm, vol spiertrekkingen. Ze zijn op deze plaats gestrand omdat ze alles hebben verloren: hun herinneringen en zelfs hun verstand. Degenen die nog de kracht hebben om te praten, hopen op een betere toekomst.

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008