Niger

Dagboek van een werkbezoek (deel 2)

Anne-Marie Angenon van de dienst communicatie vertrok naar Niger om er projecten van het Caritasnetwerk te bezoeken.

6.11.2006

Vandaag was het een zware dag. Van Ibrahim (Caritas Niger) en William (Misereor) krijg ik een landbouwkundige uiteenzetting die een universiteitsprofessor zou doen verbleken. Mijn collega's illustreren hun uiteenzetting met de nodige voorbeelden. We stoppen even aan de rand van een gierstveld waar de oogst is uitgebleven omdat het regenseizoen minder lang duurde dan verwacht. In het dorp komen de vrouwen ons begroeten met hun kudde geiten. Ze hebben de toestemming van hun echtgenoten om vee te hoeden en handel te drijven. Ook dit bezoek verloopt weer op dezelfde manier als de vorige dag. Enkele kinderen hebben een opgezwollen buik. Er is geen school in het dorp en de gezondheidscentra zijn erg veraf.

Hoewel ik er mij van bewust ben dat de bevolking het moeilijk heeft om te overleven in deze omgeving, kan ik toch niet weerstaan aan de vijandige schoonheid van de onvruchtbare grond. De erosie heeft de bergen afgeplat en de bodem is zwaar toegetakeld. Op sommige plaatsen is de laag aan de oppervlakte volledig verdwenen. De verwoestijning is ver gevorderd en onomkeerbaar: immense zandvlaktes die variëren van rood tot oker.

7.11.2006

Vandaag bezoeken we enkele dorpen aan de grens van Mali. Verschillende etnische groepen leven hier samen. Watervervuiling en de ziektes die daardoor veroorzaakt worden zijn een groot probleem in deze regio. 5 dorpelingen, waaronder 2 vrouwen, hebben een opleiding gekregen in het beheer van de gemeenschappelijke voorraadschuur. Enkele vrouwen bezitten zelfs dieren, maar door opeenvolgende crisissen is veel vee gestorven. De dorpelingen hopen in de toekomst ook een graanmolen te krijgen. Dit zou het werk van de vrouwen alleszins verlichten. Nu moeten de vrouwen 's nachts opstaan om het graan te malen. Met de nodige humor vertelde het dorpshoofd me dat het geluid van de stampers de mannen uit hun slaap houdt.

In het volgende dorp dat we bezoeken, wijden de vrouwen zich aan landbouw en kleinschalige handel. Ze mesten het kleinvee vet om het daarna te kunnen verkopen. Wanneer de oogst binnengehaald is, vertrekken de mannen richting Libië, Nigeria, Burkina Faso en Niamey, in de hoop daar werk te vinden. Meestal gaat het om zwaar werk: landbouwer, herder of bouwvakker. Sommigen komen pas 5 of 6 jaar later weer terug. Deze massale exodus hoort bij het dagelijkse leven.

« deel 1 | deel 3 »

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008