DR CONGO

Bezoek aan Kindele


Joëlle Verriest bezocht in april '09 ons gezondheiscentrum en de materniteit in Kindele, DR Congo. Haar verslag.



 Samen met de nutritioniste Marie, de arts François en onze Belgische zuster Bénédicte verlaten we het kantoor in Kinshasa om één van de gezondheidscentra te bezoeken dat gesteund wordt door het Sint-Pietersziekenhuis in Ottignies. Het is een drukte van jewelste in de hoofdstad, overal langs de weg kuieren bont geklede voetgangers, die roekeloos en onverwacht de straat oversteken. Na een uurtje rijden komen we aan in Kindele, een regio in de buitenwijken van Kinshasa. Zuster Bénédicte vertelt ons hoe de erosie de wegverbinding naar Kindele bijna onmogelijk maakt: Sommige wegen zijn door hevige regenbuien helemaal ingestort. We moeten dus een omweg maken en we worden op een weg afgezet om ons verder te voet naar het centrum te begeven.

Ik raap alle moed bij elkaar om de deur van het centrum door te wandelen. Zelfs na alle lectuur over de voedingscentra in Kinshasa blijft het moeilijk om met de werkelijkheid geconfronteerd te worden. Een honderdtal paar kinderogen en hun moeders staren ons nieuwsgierig aan wanneer we het binnenpleintje binnenstappen. Hier worden de matig ondervoede kinderen gedurende een maand wekelijks geconsulteerd.

Kort videofragment (1,5 min.)

 In een hoek van het pleintje roeren een paar moeders, samen met een reeks vrijwilligers, in een grote pot. Ze bereiden een energierijk papje, PREMIX genaamd. De vrouwen krijgen een droge portie voor de hele week mee die ze dan thuis kunnen klaar maken. Het is belangrijk dat deze dames het mengsel zelf leren maken, om na de behandeling het hervallen te voorkomen. Dit maakt deel uit van het luik “sanitaire opleiding” van het project. De gezondheid van de kinderen hier is op weg naar beterschap en mits een regelmatige en juiste opvolging van de eetgewoontes kunnen de kinderen er weer bovenop komen.

Kort videofragment (1min.)

Tussen alle moeders en geagiteerde kinderen staat een oudere man. Hij intrigeert me en ik knoop een gesprek aan. Zijn verhaal is tragisch: Zijn oudste zoon stierf op zijn dertigste en zijn schoondochter liet de kinderen aan hun lot over. Vastberaden voor zijn drie kleinkinderen te zorgen, nam de man de kinderen in huis. Dan heeft zijn eigen vrouw hem op haar beurt verlaten. Deze oude man kan onmogelijk nog werk vinden in een zwak economisch land als Congo. De kinderen zijn volledig afhankelijk van voedselhulp.

Zuster Julie is de directrice van het centrum. Een fantastische vrouw, dynamisch en vastberaden zorgt ze ervoor dat deze kinderen een betere toekomst tegemoet lopen. Ze komt me halen, een moeder wil haar verhaal kwijt. Haar kind heet Joie, ze lijdt aan meningitis en spreekt niet meer. De vrouw is hier zonder haar man, die thuis blijft om voor de acht andere kinderen te zorgen. We kunnen van deze moedige vrouwen veel leren.

Kort videofragment (0,5 min.)

Ik stap nu een tent binnen dat opgesteld staat op het binnenplein. Mijn adem stokt wanneer ik oog in oog kom met deze moeders en hun kinderen. Snel heb ik door dat in deze tent de zwaar ondervoede kinderen verzorgd worden. De moeders blijven hier een maand lang met hun kind, dat om de drie uur (ook ’s nachts) therapeutische melk (een mengsel van suiker en olie) toebedeeld krijgt. Marie is hier sinds vier dagen. Ze heeft een tweeling naast haar en draagt een baby op de rug. De tweeling is 18 maanden oud, maar door hun tengere lichaampjes zien ze er veel jonger. Hoe is het zover kunnen komen? Ze vertelt me dat ze thuis nog vijf kinderen heeft. Haar man is onlangs overleden waardoor ze alleen voor de opvoeding van haar kinderen instaat. Het spreekt voor zich dat ze niet kan werken. Ze bezit over een stukje grond, waarop ze wat groenten teelt, maar onvoldoende om haar gezin dagelijks te voeden.

 Ook de andere moeders in deze tent hebben een gelijkaardig verhaal; De meeste vrouwen zijn alleenstaande moeders, de man is meestal gestorven en heeft hen met kleine kinderen achtergelaten. Andere vrouwen moesten, ondanks hun precaire situatie, de kinderen van overleden broers en zussen opvangen. Het is voor de moeders niet gemakkelijk hun vertaal te vertellen. Later kreeg ik te horen dat de moeders zich vaak schamen over hun situatie. Minder dan 5% van de moeders van ondervoede kinderen komt vrijwillig naar het centrum. Een groep vrijwillige moeders gaat daarom naar de dorpen in de buurt om de kinderen te screenen. Ze houden hierbij rekening met twee criteria: het gewicht en de armomtrek.

Ik krijg rustig de tijd om verdere gesprekken met de moeders aan te knopen. De kern van het probleem zit hem in de onvoldoende economische koopkracht. Gezinnen die wat groenten teelten krijgen ze niet verkocht op de lokale markt. Ander werk is al helemaal niet beschikbaar. Het is een troosteloze situatie, maar gelukkig kunnen de moeders in het centrum even op adem komen.

Zuster Julie neemt me mee naar het klinisch centrum iets verderop. Nog geen jaar geleden verstrekte het personeel zowel voedselhulp als klinische zorg in eenzelfde gebouw, maar door de toenemende bodemerosie stortte een deel van het oorspronkelijke gebouw in. Het lokaal waar nu voedselhulp wordt gegeven, wordt dus gehuurd.

Wanneer we aankomen heeft een consultatie plaats waarbij baby’s gewogen worden en de nodige vaccinaties krijgen. Weer veel moeders, veel baby’s, veel gehuil en getier, maar ook vele glimlachende en trotse mama’s. Het valt me op dat de meeste moeders er erg jong uitzien. Emilie is 19, ze heeft een gezonde baby en straalt zelfvertrouwen uit. Het doet deugd ook een positief verhaal te horen te krijgen.

 Nu volgt een bezoek aan de materniteit, waar een paar vrouwen de nacht tevoren bevallen waren. De verloskamer zag er was triestig uit, maar heel functioneel, en meer is er uiteindelijk niet nodig. De trieste blik in de ogen van deze moeders blijft me bij: wat een contrast met de vrolijke sfeer in onze westerse materniteiten. De moeders hier liggen rusteloos naast hun pasgeboren kind. Waarschijnlijk staan deze mama’s binnen twee dagen weer op hun veld met het kind op de rug. Een jonge moeder komt naar me toe en spreekt me aan in Lingala. Zuster Julie vertaalt dat de vader van het kind haar heeft verlaten wanneer hij te weten kwam dat ze zwanger was. Het meisje vraagt wat geld om haar kind te kunnen voeden. Ze blijft nu wat langer in het centrum en zal later door haar brede familie onderhouden worden.

Gevolgd door een paar kinderen nemen we afscheid van de mama’s en zetten we onze tocht verder. We bezoeken nu een laatste deel van het project: de moestuinen. Onder een blakerende zon krijgen we uitleg van de eigenares van een lapje grond. Een team van negen experten geeft hier opleidingen over groenteteelt. Er worden dan voorbeeld moestuinen aangelegd, zoals deze die we bezoeken. Andere gezinnen leren op deze manier hoe ze rendabele groenten kunnen teelten en gebruiken de methodes die hen werden aangereikt. Op deze manier krijgt het project een effect van vermenigvuldiging en dit kan leiden tot een mentaliteitswijziging, gevolgd door een hogere productie voor eigen gebruik en voor verkoop.

 Er is hoop, de structuren zorgen voor lokale verbeteringen. Via het project “solidaire ziekenhuizen”, wordt het centrum in Kindele gesteund door het Sint-Pietersziekenhuis in Ottignies, en dit zowel via materiële en financiële steun als via de uitwisseling van kennis. De band tussen beide ziekenhuizen is voor zuster Julie van cruciaal belang opdat de moeders op een steeds efficiëntere wijze geholpen kunnen worden om hun kinderen een betere toekomst te schenken.



 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008