 De economische en sociale situatie in Congo gaat er sinds de jaren 60 alsmaar op achteruit. Deze regressie is vooral het laatste decennium sterk toegenomen als gevolg van heel wat gewelddadige conflicten die het land hebben ontwricht. De balans voor de bevolking is dramatisch:
- 80% van de bevolking overleeft met minder dan 1 dollar per dag
- 75% van de bevolking (42 miljoen mensen) heeft nauwelijks genoeg te eten en 16% is zwaar ondervoed
- 54% heeft geen toegang tot gezondheidszorg
- 1 kind op 5 sterft voor het 5 jaar wordt
Congo kan slechts uit het diepe dal geraken met steun van buitenaf en internationale solidariteit. Toch zijn er heel veel mensen die ondanks zware problemen overleven, dankzij hun creativiteit en dynamisme. Elke dag is er wel ergens weer een nieuw initiatief om de levensomstandigheden te verbeteren. Met de kracht der wanhoop en heel veel zelfrelativisme voert de Congolees zijn of haar eigen strijd tegen de armoede. Maar kan hij of zij die strijd alleen winnen? Félicité: help jezelf, zo helpe je God Het verhaal van deze jonge vrouw is een prachtige illustratie van de vastberadenheid van heel wat congolezen om een menswaardige toekomst uit te bouwen. Een jaar na de onafhankelijkheid ziet Felicité het levenslicht in Simba (Oostprovincie). Als kind loopt ze school in de missie waar haar moeder les geeft. Ze ziet er zwaar ondervoede kinderen en dat is in haar ogen één van de grootste onrechtvaardigheden in deze wereld. In 1980 kiest ze voor het kloosterleven en ze vervoegt de congregatie van de Zustesr van Sint Theresia en het Kind Jezus te Basankusu. Op vraag van de zusters gaat ze biologie studeren aan de universiteit en ze wordt zo de eerste Congolese vrouw met een universitaire vorming. Zij is vooral geboeid door het luik ‘voeding’ binnen haar opleiding. Het beeld van kinderen die sterven van de honger heeft haar nooit losgelaten. Ze is ervan overtuigd dat alleen een herwaardering van lokale landbouwproducten de voedingssituatie in Congo kan verbeteren. Haar eindwerk handelt over de voedingswaarde van lokale voedingswaren, o.m. bonen, en de mogelijkheden om deze producten te verbeteren. Met haar diploma op zak gaat ze les geven op de middelbare school van Basankusu. Ze wordt er de eerste Afrikaanse directrice. Naast haar professionele interesses is er één ding dat haar sterk bezighoudt: de situatie van de vrouw en de gevolgen voor de voedselzekerheid van de families. De toekomst van Afrika ligt in de handen van de vrouwen. Als we onze roze bril opzetten dan zien we dat de Afrikaanse vrouw in huis de leiding heeft. Concreet betekent dit dat zij de zorg voor de familie opneemt en waakt over ieders welzijn. De activiteiten buitenshuis laat ze over aan haar man. In de realiteit komt het er echter dikwijls op neer, vooral dan op het platteland, dat de Afrikaanse vrouw veeleer een lastdier is dat het grootste deel van het werk verzet maar tegelijkertijd uitgebuit en gemarginaliseerd wordt. 80% van de Afrikaanse landbouw is in handen van vrouwen. Zij zijn het die werken en proberen de levensomstandigheden voor hun familie te verbeteren. Maar bij gebrek aan scholing, slagen ze er niet in voor zichzelf op te komen en uit hun marginale situatie te breken. Félicité is zich ervan bewust dat de verhouding man-vrouw slechts zal veranderen als er vorming komt voor vrouwen en als ze zich organiseren. Zuster Félicité bindt de strijd aan tegen het alfabetisme van de vrouwen. Ze helpt hen groepen te vormen die kunnen tussenkomen bij de besluitvorming en deelnemen aan de ontwikkeling van hun gemeenschap, en in de toekomst ook van hun land. Félicité kiest voor Caritas In 2006 heeft ze haar toch wel prestigieuze post van ‘directrice’ op om aan de slag te gaan binnen het Caritasteam. Ze wordt coördinator van het voedselzekerheidsprogramma van Caritas want ze is ervan overtuigd dat ze op die manier de situatie van de vrouw en de kinderen gevoelig kan verbeteren. Er wacht haar een enorme taak. Basankusu, een stad in het tropische woud, ligt op de frontlinie van verschillende gewapende bendes en heeft het hard te verduren gehad tijdens de burgeroorlog 1998 – 2003. De velden liggen er verwilderd bij, eten, zaai-en plantgoed en meststoffen zijn schaars. Meer en meer mensen tonen tekenen van ondervoeding en het sterftecijfer onder de kinderen en de volwassenen blijft stijgen. Félicité wordt geconfronteerd met een bevolking die nauwelijks weet te overleven. Zij zet zich met hart en ziel in voor de verschillende activiteiten binnen het kader van het project. De doelstellingen zijn meervoudig: de landbouwproductie verhogen via de introductie van nieuwe variëteiten van aardnoten, niébe, maniok en maïs (een domein waarin zuster Félicité een grote deskundigheid heeft verworven), introductie van nieuwe landbouwtechnieken en het uitbouwen van de visvangst. Ook de commercialisering van de lokale producten met het ontwikkelen van de nodige structuren wordt aangepakt. De samenwerking met zuster Félicité is een goede zaak voor Caritas en voor de bevolking. Haar aandacht voor de situatie van de vrouw is een toegevoegde waarde voor het project en werpt duidelijk vruchten af. Het volledige artikel vindt u in ons magazine van september. |