Hernieuwde spanningen in het noord-oosten van Congo hebben sinds december 2006 voor 295.000 bijkomende verplaatse personen gezorgd. Het Caritasnetwerk zorgt voor noodhulp in Goma en in Beni-Butembo, waar het grootste deel van de vluchtelingen opvang gevonden heeft. De Congolese overheid slaagt er maar niet in greep te krijgen op de chaos in het noord-oosten. De vorming van een geïntegreerd regeringsleger is uitgedraaid op een mislukking. En ook de verkiezingen van 2006 hebben geen einde kunnen maken aan de machtsmisbruik van rebellen, gewapende milities en gedeserteerde soldaten in de regio. Sinds mei dit jaar flakkert het geweld weer geregeld op. Na een staakt het vuren in september werd begin deze maand opnieuw hevig gevochten tussen het FARDC (het Congolese leger) en de troepen van de dissidente generaal Laurent Nkunda. De bevolking is het grootste slachtoffer van de chaos. Intimidaties, plunderingen, verkrachtingen en executies zorgen voor tienduizenden vluchtelingen. De grootste groep vluchtelingen zit in Goma en in Beni-Butembo. In totaal zijn er nu zo'n 640.000 verplaatse personen in de regio, en er komen er nog dagelijks mensen bij. Ze vinden opvang bij onthaalfamilies, of zoeken hun toevlucht in overvolle kampen en scholen, waar de levensomstandigheden met de dag slechter worden. Velen hebben niets meer. Goma Het Caritasnetwerk zorgt voor noodhulp - medicijnen en medische hulp - in de regio's Masisi en Rutshuru. Een deel van de medicijnen wordt gebruikt voor de bevoorrading van de hospitalen in de regio. Beni-Butembo In de regio van Lubero zorgt het Caritasnetwerk voor de distributie van voedselpaketten en huishoudkits onder 5.000 kwetsbare families: vooral ouderen, kinderen en borstgevende vrouwen. Ze krijgen rantsoenen bloem, maïs, bonen, plantaardige olie en zout voor 3 maanden, maar ook huishoudartikelen zoals bekers, borden en lepels. |