19/07/10 - In oktober vorig jaar werden naar schatting 54.000 Angolezen met geweld verdreven uit de DR Congo, met name uit de provincie Bas-Congo. Niet enkel de illegale immigranten werden gedwongen naar hun thuisland terug te keren, ook degenen die er volkomen legaal verbleven (de meesten!) en vaak al jarenlang het statuut van vluchteling hadden. Het onaangekondigd optreden van de Congolese politie verliep erg brutaal: mannen werden meteen weggestuurd van hun werk, kinderen werden uit de school verwijderd en vrouwen thuis moesten meteen vertrekken. Ze kregen niet eens de mogelijkheid om iets van hun schamele bezittingen mee te nemen. Door deze plotse massale verdrijving werden vele gezinnen uiteengerukt: mannen vonden hun vrouw niet terug of omgekeerd, kinderen verloren in de verwarring het contact met hun ouders en Angolezen moesten hun Congolese partner achterlaten. Deze gedwongen exodus richting Angola ging gepaard met onnoemelijk leed. Velen moesten honderden kilometer te voet afleggen. Talloze bejaarden, (zwangere) vrouwen en kinderen dwaalden dagenlang langs de wegen, zonder eten, en belandden uiteindelijk, totaal uitgeput in een van de opvangkampen, die inderhaast door de Angolese regering in de twee grensprovincies Zaire en Uige werden opgericht. Ze moesten daar, volgens ooggetuigen-verslagen, leven in "verschrikkelijke levensomstandigheden" door een schrijnend gebrek aan voedsel, slechte hygiene en materiële hulp. Caritas-Angola stelde, in samenwerking met de overheid en met kerkelijke (hulp)organisaties, in een eerste noodfase tijdelijk onderdak, tenten, voedsel, medische hulp en kook- en huishoudgerei ter beschikking. Caritas stuurde vrachtwagens met eetwaren en drinkwater naar de vluchtelingen in afgelegen dorpen, en moest hier en daar een luchtbrug met helikopters inzetten. De Angolese regering probeerde zoveel mogelijk vluchtelingen te transporteren naar hun plaats van herkomst. Maar omdat vele dorpen tijdens de burgeroorlog in Angola volledig waren verwoest moest een deel van de verdreven Angolezen in vluchtelingenkampen blijven of op het platteland een geïmproviseerd onderkomen zoeken. Sociale integratie en wettelijke bijstand Voor de komende 12 maanden heeft Caritas Angola een integratie-programma uitgewerkt om de leefomstandigheden en de voedsel- en gezondheidssituatie te verbeteren van 2.350 families (ongeveer 17.500 mensen) in de landelijke gebieden rond Bembe (in de provincie Uige) en Quiende (in de provincie Zaire). Daar is een bedrag van bijna 300.000 euro mee gemoeid. Caritas doet een dringend beroep op internationale hulp om de uitvoering van het plan mogelijk te maken. Het geld zal ten eerste worden besteed aan projecten ter bevordering van de sociale integratie: basiskennis bijbrengen van de plaatselijke landbouwmethoden (bemesting, zaaien, waterzuivering, produceren, bewaren en bereiden van het plaatselijke voedsel), gezondheidsvoorzieningen (natuurlijke geneesmiddelen, gevariëerde maaltijden, voedsel tijdens de zwangerschap) en taallessen Portugees (slechts 11% van de doelgroep verstaat en/of spreekt die taal!). Ten tweede wordt wettelijke bijstand verleend: met het geld koopt Caritas-Angola identiteitspapieren voor mensen ouder dan 16 jaar en geboortecertificaten voor alle kinderen onder de 16 jaar. Het conflict draait rond olie Alles wijst erop dat de massale en brutale uitzetting van Angolozen een wraakmaatregel was van de DR Congo voor de uitdrijving door Angola, twee jaar geleden, van 12.000 clandestiene Congolese immigranten. 70% van deze verdrevenen werkten in de diamantmijnen in de grensprovincie Cabinda. Volgens de Angolese regering maakte een toenemend aantal Congolezen zich immers schuldig aan diefstal en smokkel van diamanten. Maar eigenlijk moet de gedwongen verhuizing uit Angola en vervolgens uit de DR Congo worden gezien tegen de achtergrond van een aanslepend meningsverschil tussen beide landen over de verdeling van de olievoorraden in een gezamelijk territoriaal gebied voor de kust van de Atlantische Oceaan.
|