Op het kleine marktplein, niet ver van de kerk, oogt het appartementsgebouw uitnodigend. De flat die Ana en haar gezin via Caritas kunnen huren, is netjes en goed onderhouden, net als de trappenhal. Ana verwacht ons. Ze is alleen. Haar dochter Maria en haar zoon Dragan zijn op school. Haar echtgenoot is net de deur uit. Centraal in de woonkamer staan een televisietoestel en een tafeltje met een boeket verse bloemen. Tegen de schoorsteen hangt een foto met lachende kinderen. Bij een kop koffie en een sigaret begint Ana haar verhaal. In het begin loopt het wat stroef maar dan komen de herinneringen weer boven. Ze wil eigenlijk niet meer terugdenken aan haar vluchtweg. Met haar man en nog jonge kinderen heeft ze haar geboorteland Macédonië en Skopje, de stad waar ze woonden, verlaten. Ze houdt van haar stad en van haar land, maar heeft alles moeten achterlaten om haar man en hun gezinnetje te redden. Haar man wordt gezocht door de autoriteiten. Zijn enige misdaad bestaat erin dat hij geweigerd heeft om zich te laten inlijven bij het leger om te gaan vechten. Desertie? Peter kon zichzelf er niet toe bewegen om een uniform aan te trekken en te gaan vechten. "Hij was bang", zegt Ana, "bang om oog in oog te komen staan met een jeugdvriend. Een Albanees of iemand met een andere achtergrond, voor hem speelt het allemaal geen rol maar dat is wel waar het in de Balkanoorlog om draait. In het voormalige Joegoslavië leefden we vreedzaam met elkaar. Vandaag is het al nationalisme wat de klok slaat. De multiculturele samenleving heeft geen waarde meer. Peter wil de wapens niet opnemen tegen zijn "broeders". En daarom zijn we gevlucht... Na een lange afschuwelijke reis, verstopt onder het zeil van een vrachtwagen, werden we uiteindelijk 's morgens vroeg achtergelaten langs een Belgische autosnelweg. Toen begon het: teleurstelling na teleurstelling, een administratief doolhof, de lange weg van de asielaanvraag, het eerste negatieve advies en de horror van de onthaalcentra. In het begin waren we al blij dat we een dak boven ons hoofd hadden (een kamer voor 4), een warme maaltijd en kleren. Maar met de tijd neemt de ontgoocheling toch de bovenhand. Families die samen moeten leven in een centrum hebben het niet makkelijk. Iedereen heeft zijn eigen gewoontes, zijn eigen manier van leven... Er ontstaan heel vaak conflicten en meningsverschillen, die altijd maar opnieuw opduiken en waar je moet leren mee omgaan, die je moet verdragen, elke dag opnieuw. De interviews zijn erg belastend, de kinderen zijn getraumatiseerd. En maar wachten op de resultaten van het interview voor de asielaanvraag, wachten op de postbode die telkens weer negatieve boodschappen brengt, wie of wat kan men nog geloven? Het moreel zakt onder nul. De eeuwigdurende beroepsprocedure en het gevoel niet welkom te zijn, bekeken te worden als profiteurs. Uiteindelijk konden we terecht in een centrum met bungalows: twee kamers en een keuken maar gemeenschappelijke toiletten... In de bungalow hadden we wat meer privacy maar de manier waarop de directeur het leven in het centrum organiseerde, getuigde van een verregaande dictatoriale ingesteldheid en weinig medemenselijkheid. Maandenlang sukkelde ik van de ene depressie in de andere, ik kon het leven niet meer aan. Tot overmaat van ramp werden we opnieuw ondergebracht in één kamer: terug dus naar ons uitgangspunt. Na heel wat aanvragen voor een overplaatsing naar een eengezinswoning, zijn we uiteindelijk bij Caritas International terecht gekomen. De mensen die we er ontmoet hebben, hebben ons eindelijk het respect gegeven dat we verdienen. We zijn geen uitschot: we zijn asielzoekers wanhopig op zoek naar een veilige thuishaven. Sindsdien leven we hier in deze flat die voor ons alleen is. Marie (de regionale verantwoordelijke) bezoekt ons regelmatig en we krijgen begeleiding van een lokale maatschappelijke werkster. Onze kinderen worden gevolgd door een kinderpsychiater en ze stellen het goed op school. We hebben allemaal Frans geleerd en binnenkort volg ik een vorming om te tolken. Onze grote angst blijft de beslissing van de Raad van State, die als het zwaard van Damocles boven ons hoofd hangt. Welke toekomst hebben we? We zijn hier sinds 2001. De spanning is constant aanwezig want we weten niet wat de Raad van State zal beslissen. Moeten we opnieuw de weg op, op zoek naar een nieuwe thuis. Terugkeren naar Macedonië is geen optie want veel te gevaarlijk. Moeten we illegaal gaan leven, op den dool zoals zovelen? De gedachte alleen al maakt me wanhopig." Aan het plafond hangt nog kerstversiering. De herinnering aan enkele ogenblikken familiegeluk...
|