Partnerbezoek in Brussel Sinds april 2006 begeleidt Caritas International mensen die vrijwillig terugkeren naar Armenië, Bulgarije, Georgië, Oekraïne en Servië-Montenegro na aankomst in hun land. Dit gebeurt in samenwerking met lokale partners. Vorig jaar keerden op die manier een zeventigtal mensen terug die na hun aankomst werden geholpen met o.a. het opstarten van een micro-onderneming, medische kosten, huisvestingsproblemen, opleidingen, schoolgeld etc. Om het jaar 2007 voor te bereiden, kwamen vertegenwoordigers van onze lokale partnerorganisaties (Caritas Georgië, Caritas Armenië, Caritas Bulgarije, Caritas Oekraïne, Caritas Kyiv, Caritas Servië-Montenegro en ICMC Servië en Montenegro) onlangs naar Brussel. Het was vooral de bedoeling om eventuele moeilijkheden te bespreken en om in de toekomst een meer gestroomlijnde manier van werken te ontwikkelen, zowel wat betreft het sociaal werk ter plaatse, als de boekhouding en rapportering. Er werd besproken welke veranderingen nuttig zouden zijn om de terugkeerders beter te kunnen helpen, en afspraken gemaakt over de te volgen procedures. De vergaderingen en contacten met Fedasil verliepen vlot. Onze projectpartners toonden aan over de nodige ervaring, professionaliteit en know-how te beschikken om de mensen die terugkeren ook echt te kunnen begeleiden. Want het belangrijkste blijft natuurlijk de terugkeerder zelf en het werk dat we samen verrichten om het vertrek, de aankomst en de reïntegratie zo goed mogelijk to begeleiden. Sommige mensen kregen bijvoorbeeld enkele koeien, die hen opnieuw in staat stelden een zeker inkomen te verwerven. Anderen waren meer gebaat met een oogoperatie om weer meer kans te krijgen op de arbeidsmarkt. Weer anderen kregen materiaal om hun huis te renoveren, of opleidingen, of een tweedehandswagen als taxi,… Het enige criterium voor deze hulp bestaat hieruit : meer kansen bieden op een succesvolle en duurzame reïntegratie, op een menswaardig nieuw leven. Een dergelijk project vergt een zekere soepelheid, zowel van de partners als van de Belgische overheid. Het succes hangt in grote mate af van het lokaal netwerk en van de ervaring van de projectpartners. En dan zijn er nog de lokale wetgevingen, die de bewegingsvrijheid van de lokale NGOs soms bemoeilijken met extra controles en lange procedures. We moeten we dus de nodige creativiteit en langetermijnvisie aan de dag leggen. In de toekomst zullen we ook in andere landen een begeleiding voorzien aan de hand van lokale partners. Met de ervaringen van de vijf landen in ons achterhoofd en met het complementair project CRI (in samenwerking met o.a. Vluchtelingenwerk en Cire) blijven we verderwerken om van de vrijwillige terugkeer een volwaardig alternatief te maken voor een gedwongen terugkeer of een illegaal verblijf in België.
|