Wereldvluchtelingendag 2010

Oost-Tsjaad: honger bedreigt vluchtelingen


Droogte, onveiligheid en de aanwezigheid van een half miljoen vluchtelingen zijn de oorzaken van groeiende armoede en honger in het oosten van Tsjaad. Caritas International en zijn partners proberen noodhulp toch om te buigen naar heropbouw.


Droogte


 De zon staat weer hoog aan de hemel in Milé Bardé (departement Dar Tama) na de vierdagenlange, hevige zandstorm. Het is weer mogelijk om met open ogen de natuur te bewonderen, een natuur die prachtig oogt maar onherbergzaam is voor zowel mens als dier. In het zuiden van het dorp zie je een muur van graniet tegen de horizon en een eindeloos reliëf van stenen. Hier kan niets groeien. Alleen in de wadi (droge rivierbedding) iets verder op is de grond vruchtbaar. Dar Tama heeft een Sahelklimaat dat neigt naar een woestijnklimaat. Door de schaarse regen van de afgelopen maanden konden de gewassen op het veld onvoldoende rijpen en is er bijna geen oogst.

Armoede

Yassine Ibrahim woont in Milé Bardé. Bij de laatste oogst heeft hij nauwelijks 4 zakken gierst gewonnen. Bij de vorige landbouwcampagne was dat nog 23 zakken gierst. Yassine Ibrahim moet 13 monden voeden. “Alles wat ik geoogst heb, hebben we al opgegeten en ik ben verplicht om mijn vee te verkopen om mil (gierst) te kopen voor mijn familie.”

Yassine is niet de enige die eten moet kopen op de markt waar de prijzen ondertussen sterk gestegen zijn omwille van de schaarste en de grote vraag. Een cocro gierst (twee en een halve kilo) kost bijna één euro. Omdat zijn familie genoeg te eten zou hebben, moet hij per dag anderhalve cocro gierst kopen wat hem momenteel 1,5 EUR kost. Volgens een rapport van de PNUD leeft 80% van de inwoners van Tsjaad met minder dan 1 dollar per dag (0,73 euro). Yassine moet het weinige dat hij heeft dus verkopen om eten te kopen.

De Soedanese vluchtelingen


Darfur is een regio in het westen van Soedan die grenst aan Tsjaad. Sinds meerdere decennia wordt het gebied economisch en politiek achtergesteld. In april 2003 starten twee rebellengroe pen (van Afrikaanse origine) uit Darfur een offensief tegen regeringstroepen en Arabische milities, de Janjawid, die gesteund worden door de regering in Khartoem. De opstandelingen eisen een evenredige verdeling van de rijkdommen en een betere vertegenwoordiging in het nationaal bestuur. De Janjawid gaan erg wreedaardig te werk: ze vernietigen oogsten,steken dorpen in brand, roven het vee, verkrachten de vrouwen.

Sinds het begin van de oorlog tellen we meer dan 200.000 doden en 2,7 miljoen verplaatste personen in Dar fur. 250.000 mensen hebben hun toevlucht gezocht in het buurland Tsjaad. Deze mensen zijn ondergebracht in een 12-tal kampen onder de verantwoordelijkheid van het UNHCR langs de oostgrens met Soedan. Begin 2010 wordt nog maar eens een vredesakkoord gesloten tussen de regering en een belangrijke rebellengroep maar er blijven haarden van geweld in Darfur en het ziet er niet naar uit dat de vluchtelingen snel naar huis zullen terugkeren.

Noodhulp en heropbouw


Caritas International steunt al sinds 2004, het begin van de crisis, het noodhulpprogramma van het Caritas net - werk in de kampen van Tsjaad. Secadev heeft het beheer over 3 vluchtelingenkampen van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) – Farchana, Kounougou en Milé. Het Caritasnetwerk zorgt met de steun van andere organisaties voor de verdeling van eten, dekens, keukenkits, toegang tot water, medische zorg en onderwijs. Het is belangrijk dat de kinderen school kunnen lopen. Het is immers de plaats bij uitstek waar ze even hun hachelijke situatie kunnen vergeten en kunnen werken aan hun toekomst. Samen metandere humanitaire organisaties proberen we het onderwijs in de kampen zo goed mogelijk te organiseren.

In 2009 is Caritas International met de steun van DGOS van start gegaan met een heropbouwprogramma dat meer voedselzekerheid moet bieden aan zowel vluchtelingen en verplaatste personen (die afhankelijk zijn van onregelmatige toevoer van voedselhulp) als autochtone gezinnen (die slachtoffers zijn van de droogte en de armoede). Wij hebben bij het begin van het zaaiseizoen 1.840 gezinnen zaaigoed en gereedschap gegeven voor land- en tuinbouw.

Het verhogen van de productie van bieten, rapen, wortelen en tomaten zorgt, naast extra inkomsten, voor een gevarieerder eetpatroon van de mensen waardoor bepaalde voedingstekorten zoals vitamine A, verholpen kunnen worden. Uien en look zijn eveneens erg gegeerd op de lokale markt. “Het geld dat ik met de verkoop verdien, kan ik gebruiken om voedsel te kopen”, zegt Achat, moeder van twee kinderen en eigenaar van twee percelen. Secadev onderhandelt met de lokale bevolking zodat de vluchtelingen en verplaatste personen ook toegang hebben tot een stuk land om hun groenten en granen te kweken.

Naast een verhoogde productie in de land- en tuinbouw willen we ook het rendement in de veeteelt opvoeren en de woestijnvorming tegengaan door de ecosystemen duurzaam te herstellen. De betrokken gezinnen zijn enthousiast. Zij willen maar al te graag zelf de handen uit de mouwen steken en iets doen aan de honger. Elk duwtje in de rug is welkom!

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008