Blog Jan Bierkens

Ethiopië (3)

In een klein dorpje in Bukot was de dag al lang begonnen.
Gebre bracht de wagen tot stilstand, schoof zijn stoel achteruit en draaide net zolang aan de verstelknop, tot zijn rugleuning de achterbank kuste. Hij maakte een kommetje met zijn handen en zwierde zijn hoofd erin. Je kon hem de vermoeidheid niet kwalijk nemen.

De dag ervoor was, net zoals de eerste dag, zeer uitputtend geweest.
'Morgen doen we het kalmer aan,' had Assefa ons gisterenavond enigzins geruststellend meegedeeld. Bovendien was de kans groot dat we tijdens deze derde dag alles afgewerkt zouden krijgen wat betekende dat er morgen een beetje langer geslapen kon worden. Ogenschijnlijk was het Gebre die daar het meeste naar uitkeek. ‘Me sleep,' gaf hij me in zijn beste Engels te kennen, kneep dan zijn ogen dicht en produceerde terstond een indrukwekkend snurkgeluid. Assefa lachtte luidkeels.

De zon verscheen net niet aan de horizon en de aarde en het gras waren nog vochtig. Een primitief zandpad bracht ons tot aan een van de door Caritas geinstalleerde waterpompen. Vanop deze afstand leek de bedrijvigheid rondom de pomp, ondanks het tijdstip of net vanwege het tijdstip, behoorlijk intensief.


© Jan Bierkens

Gedreven door het idee dat die bedrijvigheid snel zou slinken, versnelde ik mijn pas, bevrijdde mijn fototoestel uit zijn tas en haastte me tot aan de pomp. Eens daar werd ik opgewacht door zowat vijftig bange ogen. Een bevroren beeld. Allemaal leken ze hetzelfde te denken: wie is die witte aap en waarom draagt hij een pistool? ‘Idioot,' mompelde ik in m'n moedertaal. ‘Halfgare mafkikker.'
Hoe kwam ik er in hemelsnaam bij om deze mensen op zulke oneerbiedige manier te benaderen? Waar zat ik met mijn hoofd?

‘Hello,' bracht ik zwakjes uit, in een poging om mijn onaangekondigde bezoek toch nog enigzins van een korte introductie te voorzien. Geen antwoord, noch beweging.
‘I'm sorry, it's so...' Dit sloeg al helemaal nergens op. Niemand van hen zou ook maar 1 woord verstaan van de onzin die ik van plan was uit te kramen. Ik deed een paar stappen achteruit en botste tegen de borst van Assefa.


© Jan Bierkens

De bange ogen veranderden in pretogen en proestten gezamenlijk een dollach uit. Dat gebulder leek voor Assefa zeer aanstekelijk te werken en een fractie later stond iedereen rond mij krom van het lachen. De meterdikke ijslaag van daarnet was gebroken en blijkbaar had het probleem, met behulp van m'n eigen onhandigheid, zichzelf opgelost.

Assefa legde uit wie die witte aap met zijn pistool in feite was en wat hij hier precies kwam doen. Met mijn armen over elkaar gekruist luisterde ik aandachtig mee en gaf daardoor sommige van hen wellicht de valse indruk alles te verstaan van wat Assefa hen vertelde. Uiteraard was het omgekeerde waar. Er werd gefluisterd en bedenkelijk met de hoofden geschud. Uiteindelijk deed de magerste jongen van de groep een stap naar voor, richtte zijn aangezicht naar mij toe en zei: ‘you can.'

» deel 3

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008