(...) Om 5 u 56 werd er zacht op de deur geklopt. ‘Mister Jan? Are you awake?' De stem kwam me niet bekend voor. Ze klonk lager dan die van Dorry. ‘Dorry, is that you?' vroeg ik, terwijl in m'n ogen wrijvend. ‘No, Assefa,' weerklonk het feselend. ‘Who?' Ik kroop rechtop, gooide de lakens tot aan de voet van het bed en zocht de kortste weg naar de deur. De wereld was in een waas gehuld. Voor m'n ogen dook er een schimmige gestalte op, een duim groter dan ikzelf. ‘Hello Mister Jan,' zei de schim opgewekt. ‘I'm Assefa, your guide for the next couple of days.' Mijn beeld werd langzaam scherper. Hij had grote ogen, lichtjes getuite lippen en weinig haar. Geen typische Ethiopier. Het was koud buiten en het schemerde net. Dit was het uur van verdwaalde dronkenlappen, fluitende vogels en warme bakkers. ‘6 O'clock they told me, right?' zei hij twijfelend, terwijl zijn hand tegen zijn voorhoofd drukkend. ‘No no, you're right, I'm sorry. I was still sleeping. Give me 5 minutes.' ‘Take all the time you need Mister Jan,' zei Assefa zacht. Hij gaf me een bemoederend schouderklopje en trok tenslotte de deur zachtjes terug dicht.
Een kwartier later reden we Adigrat buiten in een witte 4x4 die aan weerskanten was voorzien van het Caritas-logo. Niet alleen had ik een persoonlijke gids voor de komende dagen maar ook een persoonlijke chauffeur. Zijn naam was Gebremeskel Teumy, of eenvoudigweg Gebre. Zijn kalende voorhoofd was groot en een beetje uit proportie met de rest van zijn gezicht. Een vreemde vogel. Of beter misschien, hij zag er vreemd uit. Tijdens onze eerste kennismaking droeg hij een veel te grote zwartleren vest en rond zijn benen flodderde een donkere, geklede broek waarvan de broekspijpen zo wijd waren dat van zijn keurige balschoenen alleen de gevaarlijke punten het daglicht te zien kregen.  © Jan Bierkens Gebre sprak geen woord Engels. Ik wist zijn naam en hij die van mij, verder dan dat ging onze verstandhouding niet. Assefa daarentegen sprak de Engelse taal vloeiend en pakte soms uit met agricultureel vakjargon waarvan ik nog nooit had gehoord. Bijna alles was nieuwe leerstof. Mijn parate kennis van deze sector stelde beduidend weinig voor en de keren dat ik Assefa fronsend en onbegrepen aangaapte waren al gauw niet meer te tellen. Hij moet soms gedacht hebben dat ik van Mars kwam. Het tempo lag betrekkelijk hoog die dag. Nog voor zonsondergang hadden we 4 verschillende Tabias -gemeeschappen- bezocht, allemaal gelegen binnen het Ganta-Afeshum district. Tongbrekers als Debla-Sheit en Sasun-Bethehawariat moesten er in de voormiddag aan geloven, Gola-Genahti en Bukot in de namiddag. Er was veel goeds gebeurd in de afgelopen jaren. Dat zag het kleinste kind. Ik kon me de droogtes en voedseltekorten die dit gebied niet lang geleden hadden geteisterd nog nauwelijks voorstellen.  © Jan Bierkens Uit dezelfde grond die enkele jaren geleden dreigde open te scheuren, schoten nu tal van gewassen de hoogte in. Assefa kon het glunderen niet laten en met momenten droop de trots van zijn gezicht. Ik maakte kennis met de verschillende technieken die werden toegepast om woestijnvorming en bodemerosie te bestrijden. Mijn gids toonde verscheidene handige constructies van stenen of aarden muurtjes (stone bunds) waardoor de infiltratie van het water in de bodem aanzienlijk verbeterde. Het resultaat bleef niet uit, overal was er begroeiing. Ook groef men in de afgelopen jaren een groot aantal waterputten, een welgekomen vernieuwing die voor heel wat gezinnen een forse stap in de goede richting betekende.  © Jan Bierkens We liepen een heel eind langs een diepe, kronkelende geul die het uitgestrekte gebied in twee delen splitste. Een onmisbare ader, die een absolute bron van leven betekende voor een groot deel van de streek. Tijdens de wandeling passeerden we regelmatig uit stenen opgetrokken dammetjes die het water gedeeltelijk tegenhielden wat voor de vruchtbaarheid van de bodem zeer bevorderend werkte. ‘Look,' zei Assefa plots en streek met zijn handen door het gras. ‘Can you imagine?' Hij trok grote ogen en lachte al z'n tanden bloot. ‘Look what have happened here in the last 5 years.'
Ik knikte, perste mijn lippen even op elkaar en wierp een goedkeurende blik over de wijde omgeving. In de verte trotseerden mannen de hoge grassen met hun vlijmscherpe sikkels terwijl dichterbij een moeder en haar dochter de staat van hun moestuintje nauwgezet bestudeerden. Het waren geruststellende, hoopvolle taferelen en de pijnlijke herinnering aan wat zich hier iets meer dan twee decennia geleden had afgespeeld leek stilaan te vervagen. De opgedane ervaringen waren zeer leerzaam voor me geweest. De dag ervoor wist ik zo goed als niks van agricultuur, nu was ik tenminste in staat het onderscheid te maken tussen een gerst- en een koffieplant. Ik zag bovendien met m'n eigen ogen welke buitengewone resultaten men de afgelopen jaren had geboekt. Er werd niet alleen hard gewerkt, er werd blijkbaar ook verstandig geredeneerd. Economisch en productief. Duizenden mensen uit de streek van Adigrat waren er voorlopig mee voortgeholpen. Een indrukwekkend aantal, dat hopelijk alleen maar blijft groeien. Jan Bierkens | 31-10-2007 « deel 1
Boek 'Haïti Ti Solèy Leve' Pas verschenen: een fotoboek over Haïti met foto's van Jan Bierkens. Meer info vindt u hier. |