It's one thing to have a great idea but quite another to bring it to life. ‘Look,' zei Assefa plots en streek met zijn handen door het gras. ‘Can you imagine?' Hij trok grote ogen en lachte al z'n tanden bloot. ‘Look what have happened here in the last 5 years.'
Het scheelde geen haar of de bus had zich zijdelings geparkeerd. Daar teken ik voor. Ironischer kon het niet: een levensgevaarlijk en tergend lang parcours doorspekt van onverantwoorde haarspeldbochten foutloos afleggen, maar in een onverklaarbare vlaag van overmoed in de allerlaatste bocht -deze die de rijbaan met de eindhalte verbindt- de controle over het stuur verliezen en bijgevolg de bushalte binnenschuiven in plaats van rijden. Godzijdank bracht de zwaartekracht het versleten gevaarte terug in balans en kwamen zowel de chauffeur als ikzelf, als alle andere inzittenden er slechts met de schrik vanaf. Het had erger gekund. Hoe dan ook, ik was waar ik moest zijn: Adigrat. ‘Faranji! Faranji!!' werd er luidkeels geroepen. -Vreemdeling! Vreemdeling!! Een horde dolgedraaide kinderen probeerde zo mijn aandacht te trekken. Ik negeerde ze wijselijk en vestigde mijn aandacht op een dringendere zaak: het vinden van een internetcafe, met connectie. Daarop dook ik, in de veronderstelling dat ik daar wellicht het meeste kans maakte, het centrum van de stad in en ging naarstig op zoek.  © Jan Bierkens Na een zenuwslopend uur van vloeken en zweten (ik bezocht in dat uur maar liefst zes internetcafe's!!) verscheen er eindelijk licht in de duisternis en kreeg ik toegang tot mijn mailbox. Daarin vond ik het telefoonnummer van Dorry Hagos terug, de man die met de taak werd belast mijn bezoek aan de Caritas-projecten in goede banen te leiden. Het had allemaal minder ingewikkeld kunnen zijn, ware het niet dat ik het velletje papier waarop zijn telefoonnummer genoteerd stond onderweg was verloren geraakt. Het was 21 oktober, 11 u 25 in de voormiddag. Beelden van een nagelbijtende Mr. Hagos kruisten sporadisch mijn gedachten. Het moet gezegd, ik was eigenlijk te laat. Het telefoonnetwerk bleek vrij, de telefoon ging over. ‘Hello?' ‘Hello Dorry! It's Jan here, the photographer. I finally arrived.' Het klonk ietwat verontschuldigend. ‘Ok, perfect. Just tell me where you are, so I can pick you up.' Ik keek doorheen het raam, naar een gifgroene neonbelichting aan de overkant van de straat. ‘Ethiopa Hotel. I'll wait inside.' ‘See you in 10 minutes.' ‘Bye.' ‘Bye.' Kiestoon.
Dorry en ik hadden eerder kennis gemaakt, in Addis Ababa, net na mijn aankomst in Ethiopie. Met mij de volgende dagen wegwijs te zullen maken nam hij, wegens bepaalde omstandigheden, de taak over van Jef Naudts. Ik mocht Dorry meteen. Hij leek rechtschapen en kwam spontaan over. Er kon nauwelijks twijfel over bestaan: bij hem was ik in goede handen. Er beiden van overtuigd dat we maar best zo snel mogelijk van start gingen, werd er die avond een schema opgesteld voor de volgende dagen. Ik was niet echt van plan om de eerste dag veel te fotograferen. Een korte introductie, zo bedacht ik, was noodzakelijk om een notie te hebben van hoeveel mensen er in de projecten betrokken waren, wat er precies gebeurde, en wat de resultaten waren. Ik kroop die avond op tijd onder de dekens. De dag daarop zouden we immers om 6 u starten. » deel 2 |