Blog Jan Bierkens

DR Congo - Kinshasa (2)

Ik dacht aan een krantenartikel dat ik in een Ethiopische krant had zien staan, enkele weken geleden, en waarin iets stond geschreven over 20 of zelfs meer doden na zware overstromingen in Kinshasa. Ik begreep nu hoe zoiets kon gebeuren.

Pas een half uur later reden we onder een scheefhangende metalen plaat door. De plaat was ooit slordig geschilderd geweest, in het wit. Ziekenhuiswit. CENTRE HOSPITALIER DE KISENSO stond er op in rood geverfde letters. Ik begreep op dat moment dat het dus om een groot hospitaal ging, waarvan het therapeutische centrum slechts een klein onderdeel uitmaakte. En zo bleek, want er was een spoedafdeling, een afdeling materniteit, een operatiezaal, een consultatieruimte en een grote wachtzaal.


© Jan Bierkens

‘Uitstappen allemaal!' beval Florence half streng. ‘We zijn er.'
‘Volg mij maar,' zei ze. ‘Daar in dat kleine gebouw,' en ze wees ernaar, ‘daar bevindt zich het therapeutisch centrum.' Het leek erop dat ze ons verwachtten want in het deurgat stonden twee dames vol ongeduld heen en weer te bewegen. Het regende nog steeds pijpenstelen. Gerda en Florence liepen hand in hand tot aan de deur. Ik kwam meteen achterop.

Net voorbij de deuropening stond een weegschaal waaraan een rode stoffen draagdoek bengelde. Rechts tegen de muur stonden zes ijzeren bedden op een rij, tussen de bedden telkens een claustrofobische spatie van nog geen 40cm.


© Jan Bierkens

‘Het is wel erg klein.' merkte Gerda op. Florence knikte instemmend.
‘Het is veel te klein,' benadrukte ze, ‘maar daar wordt gelukkig aan gewerkt. Men is druk in de weer met het bouwen van een nieuw therapeutisch centrum, vlak naast de afdeling materniteit. Een grotere ruimte weliswaar. Maar hoe dan ook, intussen zal het hier moeten gebeuren.'

Rechts, op het derde bed in de rij, zat een jongedame met bolle wangen en een gedurfde ‘funky' haartooi. Ze droeg een zwart kleed met een lage en brede halsuitsnede waarop rode en gele onherkenbare figuurtjes stonden geprint. Ze wenkte lieflijk. Een gebaar waarmee ze wilde zeggen: fotografeer mij. We verstonden elkaar, ik kwam langzaam dichterbij. Daarop sloeg ze een arm over de reling van het bed en zocht een beetje ongemakkelijk naar een pose die haar het meest flaterend leek. Vlak voor haar, op een geruit hoeslaken, lag een jongetje van nog geen 2 jaar met de ogen gesloten. Zijn frêle lichaampje kwam duidelijk voedsel te kort. Toen ik dichterbij kwam met mijn camera gingen z'n oogjes plots open. Ik hield de adem in en stelde scherp. ‘C'est mon fils.' klonk het van bovenaf.

Achter mij hoorde ik Florence uitleggen aan Gerda dat de moeders vaak nog meisjes waren. ‘In de meeste van die gevallen worden de kinderen met de keizersnede geboren omdat het bekken van een meisje van 15 of 16 jaar nog niet helemaal is ontwikkeld, en dus te smal.' ‘Kiezen zij dan bewust om op die jonge leeftijd al moeder te worden?' hoorde ik Gerda vragen. ‘Sommige wel,' zuchtte Florence, ‘maar de meeste meisjes laten zich vangen, vaak ook doordat ze slecht geïnformeerd zijn. Daarom begeleiden wij ze ook na de bevalling en proberen we ze bewust te maken van de verschillende contraceptiemogelijkheden en tegelijkertijd, de gevaren van AIDS.'


© Jan Bierkens

Er tikte iemand op mijn schouder. Het was een oude man in een witte verplegersjas. Hij trok zijn wenkbrauwen omhoog en knikte naar de weegschaal aan de deur.
‘Ze gaan er eentje wegen.' lichtte Florence toe. De man nam me bij mijn arm en trok er aan, wat hem, aan zijn glimlach te zien, groot genot verschafte. Ik vergat dat ik kon tegenstribbelen. In de rode stoffen draagdoek hing nu een snoeperige dreumes, die met een overschot aan belangstelling de steeds dichterkomende lens gadesloeg.
‘Wat ben jij een krak.' zei ik en drukte vervolgens een keer of drie op de ontspanknop.


© Jan Bierkens

Hier in een therapeutisch centrum kwamen enkel de zware ondervoedingsgevallen terecht. De opnameperiode bedroeg ongeveer 1 maand. De aard van de behandeling in de therapeutische centra was in alle gevallen min of meer dezelfde. Meteen na opname kregen de kinderen medicatie toegediend, waaronder vitamines en antimalaria, waarna men zo snel mogelijk met de verzorgingstherapie van start ging. Die therapie hield onder andere in dat de piepjonge patienten elke drie uur, 24 op 24, melk kregen toegediend die rijk was aan ijzer en waarvan de samenstelling varieerde, afhankelijk van de eetlust van het kind. Daarnaast werden ze iedere dag, een maand lang, exact gewogen en persoonlijk geëvalueerd.

Maar daar hield het niet bij op. Wat volgde was een soort opvolgingstherapie in de zogenaamde voedingscentra waarbij de moeder verzocht werd 1 maal per week langs te komen, en dat gedurende een periode van 3 maanden. Tijdens die bezoeken werd er telkens eten meegegeven voor de komende week en werd het ondervoede kind opnieuw verschillende keren nauwkeurig onderzocht. Net zolang, tot het weer helemaal beter was.


© Jan Bierkens

Alleen in Kinshasa zijn er al meer dan 100 000 kinderen, jonger dan 5, die aan een bepaalde vorm van ondervoeding lijden. Recente studies tonen een jammerlijke stijging aan en de Wereldgezondheidsorganisatie spreekt zelfs over een pertinente noodtoestand.

De problemen die aan de basis liggen van dat hoge cijfer zijn er van allerhande aard. Moeilijk om die precies te bepalen. Dat de gevolgen desastreus en levensbepalend kunnen zijn staat buiten kijf; ondervoeding op jonge leeftijd kan de cruciale oorzaak zijn van een noodlottige levensloop. Zo heeft het bijvoorbeeld nefaste gevolgen voor de ontwikkeling van de hersenen, wat veelal resulteert in minder intelligente adolescenten, die de kans op hogere studies wegens niet competent, zo aan hun neus zien voorbijgaan. Het is nu eenmaal de realiteit dat deze mensen doorgaans een armoedig en weinig belovend bestaan is beschoren. Zonder opleiding geen fatsoenlijke job, zonder fatsoenlijke job weinig of geen geld, zonder geld - u raadt het- geen eten. Helaas spreek ik de waarheid wanneer ik zeg dat de cirkel zichzelf sluit, de dag dat deze mensen zelf voor kinderen kiezen. En dat doen ze meestal toch, wat de omstandigheden ook mogen zijn.


Jan Bierkens | 17-12-2007



Boek 'Haïti Ti Solèy Leve'

Pas verschenen: een fotoboek over Haïti met foto's van Jan Bierkens. Meer info vindt u hier.

 

Wie zijn wij | Hulp buitenland | Hulp aan migranten | Hoe helpen? | Publicaties | Pers | Contact

Caritas International, Liefdadigheidstraat 43, 1210 Brussel
Tel: +32 (0)2 229 36 11, Fax : +32 (0)2 229 36 25, info@caritas-int.be, © 2008