En Jean Georges kreeg gelijk. Deze stad zat vol verassingen en baadde waarlijk, zoals hij dat had beschreven, in een soort leugenachtige waarheid. Nergens ter wereld werd ik zo wantrouwend aangekeken en tegelijkertijd feestelijk onthaald als hier in Kinshasa. Ik was simultaan een vriend, een broer, een neef, een lafaard en een verrader. Heel erg paradoxaal. Ik was naar DR Congo afgereisd voor een foto-opdracht voor Caritas maar fotograferen, zo bleek al gauw, was ten strengste verboden. Nu goed, verboden. Het kwam er eigenlijk op neer dat wanneer de politie mij in het vizier zou krijgen tijdens dat ik fotografeerde in de straat, ze wellicht die regel terplekke zouden hebben verzonnen zodat ze ‘gelegitimeerd' mijn camera in beslag hadden kunnen nemen, wat hen uiteraard een aardige zakcent had opgeleverd. Gehad, gekund, ware het niet dat ik een dergelijke aanvaring met de Congolese politie geheel zinloos en onverleidelijk achtte. En dus lapte ik er voor een keer eens niet mijn laars aan. Ik liet de dagen geduldig passeren en spendeerde het meeste van de tijd tussen de vier muren van mijn hotelkamer ergens in de buurt van Place de la Victoire, wat de Congolezen omschreven als le centre du centre. Toerisme in DR Congo bestond niet en gewoon wat ‘rondlummelen' in de straten van Kinshasa was al evenmin een gangbare optie. Te riskant, werd me verteld. Zodoende volgde ik vaak urenlang de onophoudelijke bedrijvigheid in de straten van bovenaf, van op het dakterras van hotel La Creche.  © Jan Bierkens Dag na dag, meestal na een profetische periode van sinistere deemstering, brak de hel boven Kinshasa los, wat zich uitte in soms spectaculaire maar vooral sombere taferelen. In een handomdraai stond een groot deel van de stad volledig blank en vaak kwam het water al na enkele minuten tot voorbij de enkels. Naast een beklijvend schouwspel leverde dat vooral veel verdwaalde smerigheid op. Maar niemand die erom maalde of er het werk voor liet staan. En al was het dagelijkse kost en bracht het uiteraard onnoemelijk grote problemen met zich mee, de pret van de meeste kinderen kon er schijnbaar niet door worden bedorven. Ondertussen deed de tijd gewoon haar werk. 7 December, de dag waarop de opdracht voor Caritas van start ging, kwam langzaam dichterbij. Ik was enorm benieuwd, en dat om twee redenen. Eerst en vooral verliep de communicatie met Caritas in DR Congo, vanwege de onbetrouwbare internetverbinding, betrekkelijk moeizaam en was bijgevolg mijn voorkennis van de lopende projecten nogal mager. Ik was op de hoogte van het harde werk van Bénédicte Claus, een kranige zuster die de medische divisie van Caritas Congo leidde en die zich ontfermde over een groot aantal gezondheidscentra in Kinshasa waar in totaal ongeveer 18 000 kinderen met zowel gematigde als ernstige ondervoedingsproblemen werden opgevangen en verzorgd.  © Jan Bierkens Ik was op de hoogte van de voedselzekerheidprogramma's in Bateke en Basankusu, waarmee op verschillende manieren de strijd tegen het chronische voedseltekort werd gestreden; ik wist dat de situatie in Noord-Kivu in het oosten van DR Congo almaar verslechterde en ook wist ik dat in het zuidoosten van DR Congo, enkele maanden terug, het ebola-virus was uitgebroken en dat het virus -toen al- een groot aantal dodelijke slachtoffers had gemaakt.  © Jan Bierkens Tenslotte wist ik zeer goed dat de put waarin de Congolezen zaten verschrikkelijk diep was (Onmetelijk diep eerlijk gezegd. Je moest niet veel tijd in Kinshasa te hebben doorgebracht om dat te beseffen. Als ik de vergelijking maakte met Ethiopie, waar ik net vandaan kwam, dan durfde ik met volle overtuiging te beweren dat de weg die de Congolezen nog voor zich hadden vele mijlen langer was dan die van de Ethiopiers.) Afgezien van die informatie -en een beetje weet over de geschiedenis-, was mijn notie zeer beperkt. Ten tweede was ik enorm benieuwd, om de eenvoudige reden dat ik de projecten en de mensen die erin meedraaiden wilde leren kennen. Ik wilde met mijn eigen ogen zien wat men reeds had verwezenlijkt en bereikt, op welke vlakken er zich mislukkingen hadden voorgedaan en op welke vlakken er overwinningen waren geboekt. Bovendien stond ik te popelen als een kind om nog eens een foto te kunnen maken. Of beter...te mogen maken. Ik was er klaar voor, maar wachtte nog op de tijd. Jan Bierkens | 12-12-2007
Boek 'Haïti Ti Solèy Leve' Pas verschenen: een fotoboek over Haïti met foto's van Jan Bierkens. Meer info vindt u hier. |